Fysiotherapie en neuro-oncologie
Van de kinderen die jaarlijks kanker krijgen, krijgt ongeveer 25% (N =~ 150) een vorm van neuro-oncologie. Als (kinder)fysiotherapeut draag je bij aan het fysiek functioneren bij kinderen met een hersentumor. Denk hierbij aan loopfunctie, balans of andere gevolgen van neurologische beperkingen.
In onze e-learning vind je onder andere informatie over de fysiotherapeutische behandeling bij een neuro-oncologische casus. In het leerportaal vind je een groter aanbod aan informatie over neuro-oncologie.
De (kinder)fysiotherapeutische behandeling hangt af van de soort kanker. De verschillende soorten neuro-oncologie vind je hier.
Bijwerkingen
Als je als (kinder)fysiotherapeut een kind krijgt doorverwezen dat een hersentumor heeft of heeft gehad, kan je fysiotherapeutische behandeling gericht zijn op verschillende neurologische beperkingen. Welke beperkingen dat zijn, hangt af van de soort en locatie van de tumor.
Veel voorkomende indicaties voor (kinder)fysiotherapie op de afdeling Neuro-oncologie in het Prinses Máxima Centrum zijn:
Hulpvraag ouders en/ of kind zelf ten aanzien van bewegen.
Verminderde motorisch mogelijkheden als gevolg van neurologische schade op basis van de tumor, tumor resectie, radiotherapie en/of chemotherapie (zoals parese/ spasticiteit/ataxie).
Immobiliteit door pijn en angst of beperkte mobiliteit door parese/spasticiteit postoperatief met als mogelijk gevolg decubitus/ contracturen.
Optimaliseren functioneren ter voorbereiding op ontslag naar huis, revalidatiecentrum of ander ziekenhuis.
Inventariseren benodigde hulpmiddelen voor ontslag naar elders in samenwerking met een ergotherapeut en transferverpleegkundige (zoals rolstoel, rollator, douchestoel, hoog/laagbed).
Afwijkend looppatroon passend bij chemo-geïnduceerde neuropathie en/of neurologische schade waarbij bijvoorbeeld:
de loopsnelheid is verminderd en/of
de loopafstand is verminderd en/of
participatie wordt verhinderd in sport- en spelactiviteiten in het dagelijks leven
Monitoren van motorische ontwikkeling bij een bedreiging van de ontwikkeling.
Optimaliseren/behouden fysieke fitheid gedurende en na de oncologische behandeling.
In ons leerportaal vind je meer informatie over de (kinder)fysiotherapeutische behandeling bij bijvoorbeeld ataxie en spasticiteit.
AtaxieAtaxie is een coördinatiestoornis die wordt veroorzaakt door schade aan de kleine hersenen (cerebellum). Binnen de kinderoncologie komt schade aan het cerebellum met name voor als gevolg van een tumor in de achterste schedelgroeve (ASG) maar het kan ook ontstaan als gevolg van ziekte of schade in het brein door een ontsteking van de hersenen, een beroerte of traumatisch schedelhersenletsel. Ook kan ataxie het gevolg van zijn van een aantal bepaalde medicijnen of een degeneratieve aandoening. Bij ataxie is er sprake van een stoornis van de coördinatie van bewegingen, waardoor het moeilijk is vloeiende, doelgerichte bewegingen te maken. Hierdoor is balans ook aangedaan. De kinderfysiotherapeutische behandeling is gericht op het verbeteren van deze bewegingen en het looppatroon.
De Scale for Assessment and Rating of Ataxia (SARA) is een meetinstrument dat wordt gebruikt om de mate van ataxie te bepalen. In deze video laat een fysiotherapeut van het Prinses Máxima Centrum zien hoe je deze test uitvoert.
SpasticiteitSpasticiteit is een bewegingsstoornis dat zich uit in verhoogde tonus van de spieren (hypertonie). Vaak wordt een overmaat van flexie in de arm en extensie van het been gezien. Het optreden van spasticiteit kan ontstaan door een tumor gelegen in de piramidebaan. Spasticiteit beperkt het bewegen op zowel activiteiten- als participatieniveau, doordat spieren voortdurend in verkorte stand staan. Een kinderfysiotherapeutische behandeling zal gericht zijn op het behoud van functie en conditie.
PareseEen parese is een verlamming van (een gedeelte van) het lichaam. Een parese kan optreden bij cerebrale tumoren gelegen in de motorische schors of bij tumoren die in de hersenstam of lager gelegen zijn. Kinderen hebben verminderde spierkracht, waardoor activiteiten worden beperkt en het looppatroon verandert.
NAH kan het leven behoorlijk beïnvloeden. Sommige kinderen hebben geheugen- en concentratieproblemen waardoor school meer moeite kost. Andere blijven achter in groei, hebben epilepsie, zijn trager in hun bewegingen of zijn chronisch moe. Sommige kinderen hebben gedragsproblemen. Als kinderfysiotherapeut ondersteun jij bij problemen in lopen, fysieke fitheid en andere beperkingen rondom het bewegen en is het goed om weet te hebben van de symptomen passend bij NAH.
Voor ondersteuning vanuit het revalidatiecentrum is een landelijk behandelprogramma opgesteld voor kinderen en jongeren met NAH die zijn doorverwezen naar de medisch specialistische revalidatie. Het programma behandelaanbod in de medisch specialistische revalidatie en dekt het gehele revalidatieproces.
In het leerportaal vind je de module 'Niet rennen maar plannen', dat je op weg kan helpen met ondersteuning bieden in het vinden van een balans bij kinderen met NAH-klachten. Zo krijg je ook inzicht in hoe een ergotherapeut omgaat met NAH-klachten.
Het cerebellair mutisme syndroom (CMS) is een complicatie die optreedt bij ongeveer 25% van de kinderen na een operatie van een tumor in de posterior fossa. Symptomen zijn problemen met spraak, ataxie, en/of emotionele labiliteit.
Naast spraakproblemen kunnen kinderen met CMS problemen hebben met:nauwkeurige bewegingen maken met armen en benen
eten en drinken
prikkelbaarder zijn
Het syndroom is meestal tijdelijk. Sommige kinderen blijven problemen hebben met spreken en bewegen.
Hoewel een logopedist kan helpen met spraak en eet/drink problemen, kan jij als kinderfysiotherapeut een kind doorverwezen krijgen dat bijvoorbeeld behandeld moet worden voor ataxie. Het oefenen van balans en motorisch leren kan onderdeel van je behandelplan zijn.
Door een hersentumor kan er een verstoorde hormoonhuishouding optreden. Hierdoor kan een kind een tragere stofwisseling hebben, aankomen in gewicht, minder goed slapen, slechter zien en sombere buien hebben. Dat resulteert in minder energie en vermoeidheid, wat minder bewegen als gevolg heeft. Door de vermoeidheid is een kind misschien ook niet zo gemotiveerd om te gaan bewegen.
In beweging blijven is belangrijk. Hiermee voorkom je dat klachten verergeren. Door bewegen kan de vermoeidheid zelfs verminderen. De stofwisseling versnelt ook door bewegen. Vanuit de (kinder)fysiotherapie richten we ons op de verminderde fysieke activiteit en verlaagd energie verbruik/metabolisme dat kan optreden na hypothalame schade.
Een kind mag matig intensief bewegen (rustig kletsend met een vriendje naar school fietsen) tot zwaar intensief bewegen (hardlopen tijdens de gymles). Hierbij kan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) voor kinderen voor worden aangehouden. In de folder 'Bewegen bij een verstoorde hormoonhuishouding' lees je meer informatie.
LiteratuurPolyneuropathie kan ontstaan tijdens of na de kinderoncologische behandeling. Dit kan resulteren in sensorische, motorische - en autonome uitval, waardoor kinderen bijvoorbeeld last kunnen krijgen van tintelingen en spierkrachtverlies in de handen en voeten.
Polyneuropathie kan ontstaan als gevolg van een behandeling met vincristine. Hierdoor worden perifere zenuwen aangetast. Polyneuropathie verdwijnt meestal enkele maanden na het stoppen van de behandeling. Ongeveer 25% van de kinderen houdt op lange termijn klachten zoals een verminderde reflex activiteit en vermindere motorische functies. Vincristine is een medicijn dat wordt voorgeschreven als chemotherapie bij verschillende vormen van kanker. Ziektebeelden waarbij vincristine in de behandeling wordt gebruikt zijn:
Retinoblastoma
Symptomen ontstaan op motorisch, sensorisch en autonoom gebied. Als (kinder)fysiotherapeut kun je hierdoor kinderen met een afwijkend looppatroon tegenkomen. Dit uit zich in een langzamer gangpatroon, verkorte staplengte of een groter steunvlak. Mogelijke factoren hiervoor zijn een verminderde balans, verminderde spierkracht van de voetheffers of een verminderde spierlengte van de m. gastrocnemius. Deze spierverkorting kan ook optreden bij de pols en hand flexoren. Spierzwakte in de bovenste extremiteit zie je voornamelijk bij het spreiden en strekken van de polsen en/of vingers.
In deze folder en in de presentatie in ons leerportaal lees je meer over polyneuropathie.
Door een spitsvoet kan een kind beperkt worden in lopen, sport- en spel. Daarnaast kan een spitsvoet pijnlijk zijn.
Een spitsvoet kan ontstaan bij kinderen met een hersentumor (neurologische spitsvoet) of bij kinderen met een bottumor (niet-neurologische spitsvoet).
Neurologische spitsvoetHypertonie als gevolg van een hersentumor
Spierzwakte door een centrale hersentumor of een tumor in of rond het perifeer zenuwletsel (CIPN/Zandloper NBL)
Niet-neurologische spitsvoetLangdurige bedlegerigheid/inactiviteit
Spitsstand na gipsmobilisatie bij bottumoren
Wanneer het preventief niet is gelukt tijdens de opnameperiode om een spitsvoet te voorkomen, zijn er verschillende mogelijkheden waarop je een spitsvoet kan behandelen. Dit kan door actief bewegen en belasten, passief bewegen en manuele rek, een inlegzool of hakverhoging, het gebruik van spalken of EVO’s, het laten gipsen van de spitsfuut of het chirurgisch behandelen.
Met een goniometer evalueer je de interventie.
Vermoeidheid is een complex en veelvoorkomend symptoom bij kinderen met kanker en volwassenen die op kinderleeftijd kanker hebben gehad. Dit kan als bijwerking optreden tijdens en na de oncologische behandeling, maar ook als laat effect.
Vermoeidheidsklachten komen voor bij verschillende behandeltrajecten voor kanker op de kinderleeftijd. Voorbeelden hiervan zijn specifieke chemotherapie, maar ook kinderen die bestraald zijn hebben frequent vermoeidheidsklachten. Vermoeidheid zien we vaker optreden bij tieners.
Beweeginterventies kunnen een verbetering geven op de ervaarde vermoeidheid. In het Prinses Máxima Centrum gaan we uit van Maximaal Bewegen. Tijdens en na de behandeling maximaal bewegen, betekent bewegen binnen de grenzen van wat mogelijk is. Dit is voor elk kind, elke situatie en elke fase anders. Maximaal bewegen varieert van even rechtop zitten in bed tot intensieve loop- en/of krachttraining.
Onder andere jij, als kinderfysiotherapeut, kan hieraan bijdragen. Op Vereniging Kinderkanker Nederland lees je hier meer over.
LiteratuurPatel, P., et al. (2023). Guideline for the management of fatigue in children and adolescents with cancer or pediatric hematopoietic cell transplant recipients: 2023 update. EClinicalMedicine, 63, 102147. https://doi.org/10.1016/j.eclinm.2023.102147