Fysiotherapie en hemato-oncologie
Van de kinderen die jaarlijks kanker krijgen, krijgt ongeveer 45% (N =~ 270) een vorm van hemato-oncologie. Dit is hiermee de meest voorkomende kanker soort op kinderleeftijd. Acute Lymfatische Leukemie (ALL) is binnen deze groep de diagnose die het vaakst voor komt.
Wanneer een kind een vorm van hemato-oncologie heeft of heeft gehad kan het te maken krijgen met verschillende bijwerkingen, bijvoorbeeld spierzwakte en vermoeidheid. Als (kinder)fysiotherapeut richt je een behandeling in op het trainen van bijvoorbeeld functionele vaardigheden of fysieke fitheid.
In onze e-learning vind je onder andere een hemato-oncologische casus en in het leerportaal vind je verschillende e-learnings over de (kinder)fysiotherapeutische behandeling bij hemato-oncologie. De (kinder)fysiotherapeutische behandeling hangt af van de soort kanker.
Bijwerkingen/late effecten
Tijdens een opname voor een stamceltransplantatie lopen kinderen een verhoogd risico op verlies van spierkracht, lenigheid, conditie en de zelfstandigheid in voortbewegen of het dagelijks functioneren ten gevolge van de duur van de behandeling, de isolatie en de algehele malaise. Vooral kinderen die ten gevolge eerdere behandelingen met chemotherapie al ernstig verzwakt en beperkt zijn lopen het risico verder achteruit te gaan in functioneren.
Jaarlijks krijgt een beperkt aantal kinderen een stamceltransplantatie. Bewegen voor, tijdens en na een stamceltransplantatie is erg belangrijk. In beweging blijven kan eraan bijdragen dat een kind sneller herstelt van de stamceltransplantatie en zich minder moe voelt. Hierdoor kan een kind mogelijk eventuele complicaties na de transplantatie beter aan.
Wanneer een kind weer thuis is zal het lichaam eerst energie gebruiken om het afweersysteem op te bouwen. Hierdoor kan een kind vermoeid zijn. Na een maand of drie zullen de afweer en de conditie al flink hersteld zijn. Sommige kinderen houden echter langer last van vermoeidheid en een verminderde conditie. Hoe een kind in beweging kan blijven in deze verschillende fases, lees je in de folder 'In beweging blijven rond een stamceltransplantatie'.
Kinderen kunnen vanwege een achterblijvende verbetering van kracht, lenigheid, dagelijks functioneren en/of uithoudingsvermogen worden verwezen naar een perifeer (kinder)fysiotherapeut. Meer weten over het trainen van fysieke fitheid? Dat lees je hier.
InspanningstestVoor een goede beoordeling van het uithoudingsvermogen en om een gericht sport/bewegingsadvies te kunnen geven kan in aansluiting op het (kinder)fysiotherapeutisch onderzoek een maximale inspanningstest door een inspanningsfysioloog worden uitgevoerd in het Prinses Máxima Centrum. Honderd dagen na de SCT worden de kinderen tijdens een poliklinische controle gezien (post-screening) en wordt aan de hand van een lichamelijk en inspanningsonderzoek beoordeeld of het herstel na de opname naar verwachting verloopt.
Meer informatieKinderen die behandeld zijn met hoge dosis corticosteroïden kunnen osteonecrose ontwikkelen. Doordat de bloedtoevoer naar meestal de heup of knie tijdelijk verstoord is geweest, sterft een gedeelte van het gewrichtsoppervlak af.
Osteonecrose, ook wel botnecrose, komt 5-9% voor bij alle leeftijdsgroepen. Voor 30% komt dit voor bij adolescenten tussen de 15 en 18 jaar. Het ontstaan van osteonecrose is vaak een gevolg van het gebruik van dexamethason. Osteonecrose kan voor veel pijn zorgen en kunnen er beperkingen in het functioneren worden ervaren.
Symptomatische osteonecrose (ON) wordt gedefinieerd als persisterende pijn in de extremiteiten/heupen, niet gerelateerd aan recent vincristine gebruik, in combinatie met karakteristieke afwijkingen op magnetic resonance imaging (MRI). Het met name voor bij patiënten met acute lymfatische leukemie of non-Hodgkin lymfoom die worden behandeld middels corticosteroïden en asparaginase.
De ernst van ON kan worden uitgedrukt met behulp van de Ponte di Legno Toxicity Working Group criteria (PTWG criteria).
Tot de risicogroep voor het ontwikkelen van osteonecrose behoren kinderen met een leeftijd hoger dan 10 jaar (met name 15-18 jaar). Andere risicofactoren die in de literatuur genoemd worden, maar minder onomstotelijk vaststaan, zijn: vrouwelijk geslacht, hogere BMI, hogere cumulatieve dosis corticosteroïden en hyperlipidemie.
Door een fysiotherapeut in het Prinses Máxima centrum wordt er gekeken naar beperkingen in alledaagse activiteiten en gewrichtsmobiliteit. Er wordt advies gegeven over de mate van belasting en het opbouwen van fysieke activiteiten. Als (kinder)fysiotherapeut in de eerste lijn kan je, afhankelijk van de hulpvraag, werken aan spierversterkende oefeningen waardoor er minder belasting op het bot plaats vindt. Daarnaast kan je een kind leren om zijn fysieke belasting te reguleren waardoor er mogelijk minder klachten worden ervaren.
Tijdens en/of na de behandeling van kanker op de kinderleeftijd kunnen er pulmonale complicaties ontstaan.
Respiratoire problematiek waaronder ademhalingsproblemen kunnen voorkomen bij kinderen met kanker. Dit zien we voornamelijk in korte periodes optreden bij kinderen in de acute fase met een vorm van hemato-oncologie of solide tumoren. De oorzaak van de ademhalingsproblemen zal in het Prinses Máxima Centrum snel moeten worden behandeld. Soms wordt er ook een fysiotherapeut ingeschakeld. De grootste groep presenteert zich met dyspnoe of ontwikkelt symptomen van respiratoire dysfunctie.
Pulmonale complicaties kunnen primair worden veroorzaakt door de kanker zelf, of secundair door de oncologische behandeling. Er zijn veer verschillende oorzaken. Naast oncologische complicaties en tumoren kunnen ook iatrogene oorzaken of infecties zorgen voor respiratoire problematiek.
RisicogroepenEen aantal kinderen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van pulmonale complicaties.
Kinderen met een primaire of een metastase in de longen:
Solide tumoren, waaronder een Wilms' tumor, sarcoma’s en neuroblastoom
Kinderen met mediastinale uitbreiding
Hemato-oncologie, waaronder lymfomen en Acute Lymfatische Leukemie (ALL)
Kinderen met een respiratoire infectie(s):
Opportunistisch infectie, waaronder Staphylococ, Streptococ, Influenza
Virussen, waaronder CMV, Pneumocystisch
Schimmels, waaronder Candida en Aspergillus
Als fysiotherapeut dicht bij huis zul je acute pulmonale complicaties niet snel zien, gezien de fase waarin een kind deze oploopt en de urgentie waarmee de problematiek behandeld moet worden. Wel is het goed om te weten dat een kind te maken heeft gehad met ademhalingsproblemen, of op de lange termijn hier nog steeds last van heeft.
Polyneuropathie kan ontstaan tijdens of na de kinderoncologische behandeling. Dit kan resulteren in sensorische, motorische - en autonome uitval, waardoor kinderen bijvoorbeeld last kunnen krijgen van tintelingen en spierkrachtverlies in de handen en voeten.
Polyneuropathie kan ontstaan als gevolg van een behandeling met vincristine. Hierdoor worden perifere zenuwen aangetast. Polyneuropathie verdwijnt meestal enkele maanden na het stoppen van de behandeling. Ongeveer 25% van de kinderen houdt op lange termijn klachten zoals een verminderde reflex activiteit en vermindere motorische functies. Vincristine is een medicijn dat wordt voorgeschreven als chemotherapie bij verschillende vormen van kanker. Ziektebeelden waarbij vincristine in de behandeling wordt gebruikt zijn:
Retinoblastoma
Symptomen ontstaan op motorisch, sensorisch en autonoom gebied. Als (kinder)fysiotherapeut kun je hierdoor kinderen met een afwijkend looppatroon tegenkomen. Dit uit zich in een langzamer gangpatroon, verkorte staplengte of een groter steunvlak. Mogelijke factoren hiervoor zijn een verminderde balans, verminderde spierkracht van de voetheffers of een verminderde spierlengte van de m. gastrocnemius. Deze spierverkorting kan ook optreden bij de pols en hand flexoren. Spierzwakte in de bovenste extremiteit zie je voornamelijk bij het spreiden en strekken van de polsen en/of vingers.
In deze folder en in de presentatie in ons leerportaal lees je meer over polyneuropathie.
Vermoeidheid is een complex en veelvoorkomend symptoom bij kinderen met kanker en volwassenen die op kinderleeftijd kanker hebben gehad. Dit kan als bijwerking optreden tijdens en na de oncologische behandeling, maar ook als laat effect.
Vermoeidheidsklachten komen voor bij verschillende behandeltrajecten voor kanker op de kinderleeftijd. Voorbeelden hiervan zijn specifieke chemotherapie, maar ook kinderen die bestraald zijn hebben frequent vermoeidheidsklachten. Vermoeidheid zien we vaker optreden bij tieners.
Beweeginterventies kunnen een verbetering geven op de ervaarde vermoeidheid. In het Prinses Máxima Centrum gaan we uit van Maximaal Bewegen. Tijdens en na de behandeling maximaal bewegen, betekent bewegen binnen de grenzen van wat mogelijk is. Dit is voor elk kind, elke situatie en elke fase anders. Maximaal bewegen varieert van even rechtop zitten in bed tot intensieve loop- en/of krachttraining.
Onder andere jij, als kinderfysiotherapeut, kan hieraan bijdragen. Op Vereniging Kinderkanker Nederland lees je hier meer over.
LiteratuurPatel, P., et al. (2023). Guideline for the management of fatigue in children and adolescents with cancer or pediatric hematopoietic cell transplant recipients: 2023 update. EClinicalMedicine, 63, 102147. https://doi.org/10.1016/j.eclinm.2023.102147