Patiëntenportaal

Botproblemen

Iedereen, ook mensen die nooit kanker hebben gehad, kan botproblemen krijgen. Maar sommige kankerbehandelingen kunnen de kans vergroten. Het is belangrijk dat je klachten en signalen die kunnen wijzen op botproblemen (her)kent.

Wat zijn botproblemen?

Botten ondersteunen het lichaam, zorgen samen met de spieren dat je kunt bewegen bewegen en beschermen de organen. Soms ontstaan er problemen waardoor botten makkelijker breken: 

  • Lage botmineraaldichtheid: de botcellen bevatten te weinig mineralen. Hierdoor worden ze zwakker en breken ze sneller.

  • Osteoporose door lage botmineraaldichtheid: het lichaam maakt te weinig nieuwe botcellen aan.

  • Osteonecrose: de botcellen krijgen onvoldoende bloed en sterven af. Osteonecrose kan in elk bot voorkomen, maar vooral in het dijbeen en het bovenarmbot.

Botproblemen bij jonge mensen zijn zeldzaam. Je kunt een aantal dingen doen om de kans op botproblemen te verkleinen, zoals voldoende bewegen en zorgen voor voldoende calcium en vitamine D. Je haalt meestal voldoende calcium en vitamine D uit je voeding. Vitamine D haal je ook uit zonlicht. Soms is het nodig aanvullend tabletten te slikken. 

Wie heeft een verhoogde kans op botproblemen?

Iedereen, ook mensen die nooit kanker hebben gehad, kan botproblemen krijgen. Maar sommige aandoeningen en kankerbehandelingen kunnen de kans vergroten.

De volgende aandoeningen kunnen de kans op een lage botmineraaldichtheid vergroten:

  • Testosteron- of oestrogeentekort: de zaadballen of eierstokken maken te weinig geslachtshormonen aan

  • Groeihormoontekort: de hypofyse in de hersenen maakt te weinig groeihormoon aan

De volgende behandelingen kunnen de kans op een lage botmineraaldichtheid vergroten:

  • Behandeling met corticosteroïden gedurende vier weken of langer

  • Bestraling op de hersenen of op een gebied waarin de hersenen liggen

  • Algehele lichaamsbestraling (TBI)

De kans op lage botmineraaldichtheid is groter als je ondergewicht hebt of als je rookt of gerookt hebt. De kans is ook groter als je man en/of wit bent. 

De volgende behandelingen kunnen de kans op osteonecrose vergroten:

  • Behandeling met corticosteroïden gedurende vier weken of langer

  • Allogene stamceltransplantatie (van een donor) met transplantatieziekte (graft-versus-host-ziekte)

  • Bestraling met hoge doses

Je kunt in de samenvatting van je behandeling zien of je een of meer van deze behandelingen hebt gehad. Als je geen samenvatting hebt, kun je contact opnemen met de LATER-poli of het ziekenhuis waar je behandeld bent. Botproblemen hoeven niet altijd door de behandeling te komen. Er kunnen ook andere oorzaken zijn, zoals een tekort aan calcium, vitamine D of te weinig beweging. 

Wat zijn klachten en signalen van botproblemen?

Bepaalde klachten en signalen kunnen wijzen op botproblemen. Ook al heb je deze klachten en signalen op dit moment niet, toch is het belangrijk dat je ze (her)kent voor het geval je ze ooit krijgt.

De volgende klachten en signalen kunnen wijzen op lage botmineraaldichtheid of osteoporose (en de complicaties ervan):
●    Het snel breken van botten
●    Plotselinge, ernstige rugpijn of chronische rugpijn
●    Kleiner worden (door ingezakte of gebroken wervels)

De volgende klachten en signalen die kunnen wijzen op osteonecrose zijn:
●     Pijn in een gewricht, vooral tijdens inspanning, maar soms ook in rust
●     Stijve gewrichten
●     Niet goed kunnen rekken en strekken 

Als je een van deze klachten of signalen herkent, neem dan contact op met je huisarts of LATER-arts. 

Ik heb een verhoogde kans op botproblemen. Welke onderzoeken zijn nodig en wanneer?

Bij een bezoek aan de LATER-poli wordt als onderdeel van de uitgebreide anamnese en lichamelijk onderzoek specifiek aandacht besteed aan botproblemen.

Als je door radiotherapie een verhoogde kans op lage botmineraaldichtheid hebt, is het advies om bij je eerste bezoek aan de LATER-poli én daarna als je 25 jaar bent een dexa-scan te laten maken om de botdichtheid te meten. Zo nodig vaker.
●    Bij kinderen en jongeren: een dexa-scan van de lage ruggenwervels en het hele lichaam (zonder hoofd)
●    Bij volwassenen: een dexa-scan van de lage ruggenwervels en de heup

Als je door corticosteroïden een verhoogde kans op lage botmineraaldichtheid hebt, besluit je samen met je LATER-arts welke zorg voor jou het beste is. Als je een vergrote kans op osteonecrose hebt minstens elke 5 jaar een afspaak met je huisarts of LATER-arts te maken.

Het regelmatig maken van dexa-scans heeft voor- en nadelen.

Voordelen:

Lage botmineraaldichtheid en zwakke botten kunnen in een vroeg stadium ontdekt worden

Behandeling (vóór het einde van de puberteit) kan effectiever zijn en botbreuken voorkomen

Nadelen:

Soms is er een mis-diagnose en zijn er wel zwakke botten, maar is er geen verhoogde kans op botbreuken

Het is niet zeker of vroege behandeling van zwakke botten leidt tot betere gezondheid.

 Wat gebeurt er als ik botproblemen heb?

Als je botproblemen hebt, verwijst je arts je waarschijnlijk naar een specialist. Afhankelijk van je klachten en signalen is dat een:

  • Endocrinoloog (arts gespecialiseerd in hormonen en stofwisseling)

  • Reumatoloog (arts gespecialiseerd in auto-immuunziekten en ontstekingsziekten van spieren en gewrichten

  • Orthopedisch chirurg (arts gespecialiseerd in botten en gewrichten)

De specialist bespreekt de verschillende behandelmogelijkheden met je.

Wat kan ik nog meer doen?

Leven met een (verhoogde kans op) botproblemen kan moeilijk zijn. Praten met vrienden en familie kan helpen. Ook contact met mensen in eenzelfde situatie kan fijn zijn, bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging zoals VOX, een onderdeel van de Vereniging Kinderkanker Nederland.

Zorg daarom vooral goed voor jezelf. Met een gezonde leefstijl kun je de kans op botproblemen verminderen. Het is vooral belangrijk om te bewegen. Hiermee versterk je je botten. Beweeg minstens 2,5 uur per week door bijvoorbeeld te fietsen, te tennissen of huishoudelijk werk te doen. Doe daarnaast tweemaal per week botversterkende activiteiten, zoals hardlopen en trainen met gewichten of weerstandsbanden. Zorg ook voor je mentale welzijn. Kleine veranderingen kunnen al een positieve invloed hebben op je lichamelijke en mentale gezondheid.

Calcium en vitamine D zijn belangrijk om je botten sterk te houden. Zorg daarom dat je per dag minstens 10µg (microgram) vitamine D binnen krijgt en minstens 500mg (milligram) calcium.

Calcium
●    Calcium zit onder meer in zuivelproducten, noten, boerenkool en brood. De Calciummeter van de Osteoporose Vereniging biedt een handig overzicht van hoeveel calcium in welk product zit.
●    Vette vis, margarine, halvarine en paddenstoelen bevatten vitamine D.

Vitamine D
●    Je lichaam maakt ook zelf vitamine D bij blootstelling aan zonlicht. Bedenk dat zonlicht ook schadelijk is, dus gebruik altijd een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (meer dan factor 30).
●    Als je onvoldoende calcium of vitamine D uit voeding of zonlicht haalt, kun je calcium- en/of vitamine-D-tabletten nemen. De Gezondheidsraad adviseert vrouwen boven de 50 jaar om dagelijks 10 microgram (µg) vitamine D te nemen. 

Als je ondergewicht hebt, vraag dan aan je arts of je voedingssupplementen nodig hebt. Als je broze botten hebt, kijk dan hoe je kunt voorkomen dat je valt. Zet bijvoorbeeld in huis dingen waarover je kunt struikelen opzij of weg, laat je ogen controleren en draag goede schoenen. Zo nodig kan een ergotherapeut met je meedenken. Het is belangrijk dat je weet dat je een verhoogde kans op botproblemen hebt en dat je de klachten en signalen herkent. Als je vragen hebt of als je je na het lezen van deze informatie zorgen maakt, neem dan contact op met je huisarts of LATER-arts.

Waar vind ik meer informatie?

Op deze website staat ook informatie over;

In de PanCare PLAIN Language Summaries vind je links naar betrouwbare informatie in het Engels. Je kunt online informatie over late gevolgen zoeken, maar bedenk dat deze soms niet up-to-date of juist is.

Disclaimer

Deze informatie is gebaseerd op de lekensamenvatting van onderstaande richtlijn, gemaakt door de PanCare Plain Information Group, en is waar nodig aangepast aan de Nederlandse LATER-richtlijn. Vertrouw bij klachten en signalen niet alleen op deze informatie, maar ga naar je huisarts, LATER-arts of specialist.