Relaties
Verschillende soorten relaties
Een kind met kanker heeft invloed op het hele gezin, ook op broers en zussen. Zij krijgen te maken met dingen die anderen niet meemaken, maken zich misschien zorgen om hun zieke broer of zus en krijgen minder aandacht. Dit kan ook op termijn doorwerken in de onderlinge relatie. Het helpt om het bespreekbaar te maken. Door elkaar (uit) te laten praten en naar elkaar te luisteren, kom je dichter bij elkaar.
Veel mensen begrijpen niet dat een ziekte uit je kindertijd na zoveel jaar nog steeds problemen kan geven. Die late gevolgen zijn vaak onzichtbaar, waardoor anderen denken: 'Maar dat is toch al lang geleden? Dit onbegrip doet extra pijn als het komt van mensen die dichtbij staan, zoals familie of oude vrienden, omdat je het gevoel krijgt dat je niet serieus wordt genomen.
Bij nieuwe vrienden of oppervlakkige contacten hoef je je verhaal niet meteen te delen. Pas als de band dieper wordt, kan een korte, duidelijke uitleg helpen: 'Door mijn behandeling als kind heb ik nog steeds last van vermoeidheid/concentratieproblemen/pijn'. Dat creëert begrip zonder dat het een zwaar gesprek wordt. Je bepaalt zelf wat en wanneer je vertelt.
Binnen families kan het soms ingewikkelder liggen. Het helpen om één-op-één, op een rustig moment, met concrete voorbeelden en medische feiten te praten. Niet iedereen zal het snappen, en dat mag. Focus je energie op wie wél luistert, en stel grenzen waar nodig. Jouw ervaring is echt, ook als anderen het niet zien.
Een partner vinden
Sommige survivors hebben moeite een partner te vinden, bijvoorbeeld omdat zij zichtbare gevolgen of weinig zelfvertrouwen hebben.Tips die kunnen helpen
Sluit je aan bij een groep of vereniging, zeker als je niet zo vaak nieuwe mensen ontmoet.
Schrijf je in bij een datingsite/app.
Praat met anderen die kanker hebben gehad over hoe zij mensen hebben ontmoet.
Bedenk wat je ziekte en behandeling aan goeds hebben gebracht. Hierdoor kun je je sterker gaan voelen en meer zelfvertrouwen krijgen.
Praat met vrienden, familie of een zorgverlener, bijvoorbeeld een psycholoog, over je twijfels en zorgen.
Je partner
Als je een partner hebt, wees dan open en eerlijk. Vertel waarmee je zit, bijvoorbeeld dat je last hebt van vermoeidheid, of verminderd vruchtbaar of onvruchtbaar bent. Neem je partner mee naar de LATER-poli. Daar kun je met al je vragen terecht.