Blina SC (acute lymfatische leukemie)
Medisch-wetenschappelijk onderzoek naar de veiligheid en effectiviteit van subcutane toediening van het medicijn blinatumomab bij kinderen en jongeren met acute lymfatische leukemie.
Open voor deelname
Wie kan meedoen
Kinderen en jongeren met B-cel acute lymfatische leukemie (B-ALL) bij wie de ziekte is teruggekeerd (recidief) of niet voldoende reageerde op de behandeling (refractair), of bij wie nog meetbare restziekte aanwezig is (MRD+)
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Doel
Het doel van dit onderzoek is om te bepalen of het medicijn blinatumomab subcutaan (via een injectie onder de huid) kan worden gegeven in plaats van via een infuus. Daarbij wordt onderzocht of het veilig kan, of het goed wordt verdragen en hoe goed de werkzaamheid van het medicijn is bij deze manier van toediening.
Achtergrond
Het medicijn blinatumomab is een antistof, een vorm van immunotherapie. Eén kant van deze antistof bindt aan een specifiek eiwit (CD19) op het oppervlak van leukemiecellen, en de andere kant aan lichaamseigen afweercellen (T-cellen). Zo zorgt blinatumomab ervoor dat de T-cellen de leukemiecellen kunnen herkennen en vernietigen.
Blinatumomab is in meerdere landen goedgekeurd voor de behandeling van kinderen en volwassenen met teruggekeerde, refractaire of MRD+ B-ALL. De goedgekeurde manier om het medicijn te geven is via een continu infuus. Deze manier van toediening is vooral in armere delen van de wereld een uitdaging, waardoor mogelijk minder mensen dit medicijn kunnen krijgen. Bovendien is vaak een centrale lijn nodig (een slangetje dat in een groot bloedvat wordt geplaatst) met risico op infecties.
Het is eenvoudiger, makkelijker en goedkoper om blinatumomab via een injectie onder de huid te geven (subcutaan). Hiervoor is ook geen centrale lijn nodig, met mogelijk minder risico op infecties. Dit is al onderzocht bij mensen met non-Hodgkinlymfoom (een andere vorm van bloedkanker). Subcutane toediening van blinatumomab werd door hen goed verdragen en er waren minder bijwerkingen.
In dit onderzoek (ook wel een klinische trial genoemd) wordt blinatumomab subcutaan gegeven aan kinderen (>12 jaar) en volwassenen met teruggekeerde, refractaire of MRD+ B-ALL. Deelnemers krijgen twee tot vijf kuren blinatumomab. In de eerste week van de eerste kuur krijgen ze dagelijks een injectie, daarna en bij alle volgende kuren drie keer per week. Elke kuur duurt vier weken, met telkens een rustweek tussen de kuren. De injecties worden in het ziekenhuis gegeven. Regelmatig wordt gekeken hoe het met de deelnemers gaat, onder andere via onderzoek van bloed of beenmerg. De deelnemers worden in totaal tot twee jaar gevolgd.
Dit is een internationaal onderzoek dat wereldwijd in meer dan 40 onderzoekslocaties wordt uitgevoerd. In Nederland wordt het onderzoek uitgevoerd in het Prinses Máxima Centrum.
Voor vragen over deelname kun je je wenden tot je behandelend arts/de behandelend arts van je kind.
Datum laatste controle
16 april 2026
Onderzoeksgegevens
- Onderzoeksgegevens
Officiële titel
A Phase 1/2 Open-label Study to Investigate the Safety, Efficacy, and Pharmacokinetics of Administration of Subcutaneous Blinatumomab for the Treatment of Adults and Adolescents with Relapsed or Refractory B cell Precursor Acute Lymphoblastic Leukemia (R/R B-ALL) and Minimal Residual Disease Positive (MRD+) B-ALL
Kankersoort
B-cel acute lymfatische leukemie
Fase
1/2
Maximaal aantal studiedeelnemers
281 (kinderen en volwassenen), waarvan naar verwachting 2 in Nederland.
Startdatum
16 april 2026
Status
Open
Lokale hoofdonderzoeker
Dr. E. Brivio
Opdrachtgever
Amgen
Goedkeuring
Het onderzoek naar deze nieuwe behandeling is getoetst door een erkende medisch-ethische toetsingscommissie. Deze heeft geoordeeld dat het verantwoord is om de medewerking van patiënten te vragen. Voor meer informatie zie: CCMO
Registratienummer trialregister
EU clinical trials: 2023-506136-32
ClinialTrials.gov: NCT04521231
De bovenstaande informatie is alleen bedoeld als korte samenvatting en geeft mogelijk niet de meest actuele informatie weer. Voor de volledige details en actuele status van een protocol kunnen artsen rechtstreeks contact opnemen met het Prinses Máxima Centrum.