Veelvoorkomende hulpvragen aan fysiotherapeuten
Veelvoorkomende hulpvragen
Voor kinderen met kanker kan het moeilijk zijn om te bewegen. Beweging stimuleren kan op verschillende manieren en op diverse locaties. Laat kinderen actief zijn in en rondom hun huis, op speeltuinen en bij sportverenigingen. Elke activiteit kan langer en/of zwaarder worden gemaakt, of kan vaker worden gedaan. Dit zorgt ook nog eens voor afwisseling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:
Elke vorm van beweging telt, en heeft een positief effect.
Kies zelf de manier van bewegen die bij jou past.
Maak bewegen een vast onderdeel van je dagelijks leven.
In de folder maximaal bewegen lees je meer over hoe een kind in beweging kan blijven.
Om je kracht en conditie te behouden is het in eerste instantie belangrijk om zoveel als mogelijk de normale dagelijkse activiteiten te blijven doen. Opstaan vanuit een stoel, traplopen, langere afstanden buiten lopen dragen bij aan het verbeteren hiervan. Wanneer deze basis op orde is kan je gerichter gaan trainen.
Vermoeidheid is een veelvoorkomend en complex symptoom bij kinderen met kanker en survivors van kanker op de kinderleeftijd. Het vinden van een goede balans tussen rust en activiteit vinden is essentieel. Belangrijk is dat een kind actief en in beweging blijft, dit kan helpen bij vermoeidheidsklachten. Als (kinder)fysiotherapeut kan je helpen met het vinden van deze balans, maar ook de ergotherapeut of een psycholoog kan ondersteuning bieden bij vermoeidheid.
Als (kinder)fysiotherapeut kan je kinderen met neurologische uitval ondersteunen om weer gemakkelijker te bewegen. De uitval kan bijvoorbeeld optreden na een hersentumor. Je ondersteunt bij het oefenen van balans, lopen of andere functionele vaardigheden, maar er kan ook worden gekeken naar het aanpassen van een beweging. Dit is afhankelijk van het soort en de plek van de hersentumor. Op deze wijze kan je een kind behandelen met ataxie, spasticiteit of een parese.
Het is belangrijk om te sporten en bewegen, ook voor kinderen tijdens en na de behandeling voor kanker. In het algemeen kan je ervan uitgaan dat alles wat een kind kan doen, ook mag doen. Ook bij verminderde weerstand mag je sporten. Bij koorts is het verstandig om wat rustiger aan te doen. Wel gelden er leefregels. Deze vind je terug in de folder Leefregels thuis. Voor kinderen met een bottumor zijn er soms uitzonderingen op deze regel. Zie hiervoor “Hoe beweegt een kind met of na een bottumor".
Als een kind zich fit genoeg voelt, mag het elke sport doen. Bij weinig bloedplaatjes, kan het beter contactsporten vermijden. Als een kind aan duiksport doet, overleg dan altijd met de arts. De leefregels omtrent sport vind je hier.
Als je kind een VIT of lijn heeft, gelden er speciale regels. Zo kan je bijvoorbeeld niet zwemmen met een VIT. Meer informatie hierover vind je in deze folder.
Voor de operatie kan het zijn dat het bot verminderd belastbaar is. Vanuit het ziekenhuis ontvangt het kind en jij als behandelaar informatie wat wel en wat niet mag omtrent belasting. Als gevolg van de chemotherapie, operatie en bestraling kunnen spieren en gewrichten stijver worden. Als fysiotherapeut ondersteun je het kind in het verbeteren van zijn gewrichtsmobiliteit en kracht hierdoor probeer je de vaardigheden van het kind weer te verbeteren. Het trainen kan zowel in het ziekenhuis, thuis of in een revalidatiecentrum plaatsvinden. Protheses worden altijd aangemeten in het revalidatiecentrum. Het uiteindelijke doel is dat een kind weer kan lopen, sporten of fietsen.
Sommige behandelingen zorgen voor pijn bij de kinderen. Er zijn medicijnen die ervoor kunnen zorgen dat een kind tijdens en na de behandeling minder pijn heeft. Er zijn ook andere manieren om pijn en stress te verminderen:
afleiding, zoals een speen, een knuffel, muziek, bellenblazen, voorlezen, een spelletje doen of een filmpje kijken
ontspanningsoefeningen
warmte, zoals een warm bad of een warmtedoek bij buikkrampen
kou, bijvoorbeeld een ijsje bij pijn in de mond
masseren, strelen
hypnose
Neem bij aanhoudende of onverklaarbare klachten van pijn contact op met het behandelteam.