Onderzoeken
Als je kanker hebt, worden onderzoeken een deel van je leven. Sommige onderzoeken gebeuren zo vaak dat ze routine voor je worden. Je krijgt altijd uitleg over wat er gaat gebeuren. Bij alle onderzoeken mag een ouder mee.
Onderzoeken op een rij
Bij een anamnese stelt je arts of verpleegkundig specialist allerlei vragen om een goed beeld te krijgen van hoe het met je gaat. Als er bijzonderheden zijn, vragen zij door. Na de anamnese kijkt de arts of verpleegkundig specialist je na.
Een beenmergpunctie is soms nodig om de diagnose te kunnen stellen. Beenmerg zit in het binnenste van de botten. Hier wordt het bloed aangemaakt: rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. Ook tijdens de behandeling doet een arts af en toe een beenmergpunctie om te kijken wat het effect van de behandeling is. Een beenmergpunctie gebeurt onder sedatie. Je wordt dan in slaap gebracht, dus je voelt er niets van.
Soms is voor het stellen van de precieze diagnose een biopsie nodig. De arts neemt dan onder sedatie of narcose een stukje weefsel (biopt) af. Dit wordt in het laboratorium onderzocht.
Om de diagnose te kunnen stellen of om te kijken hoe je bloedwaarden zijn, nemen we bloed af. In het laboratorium onderzoeken we hoeveel rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes er zijn en hoe je lever en nieren werken. Ook tijdens en na de behandeling doen we regelmatig bloedonderzoek. Een bloedafname kan uit je vinger of arm. Als je een lijn of VIT hebt, nemen we daaruit bloed af.
Met een CT-scan (Computer Tomografie) brengen we organen en lichaamsdelen in beeld. Een CT-scan maakt gebruik van röntgenstralen. Je ligt op een beweegbare tafel en schuift langzaam door de ronde opening van het CT-apparaat. Telkens als de tafel een stukje doorschuift, wordt een serie foto’s gemaakt. Het is belangrijk dat je niet beweegt.
Met een echografie (echo) brengen we organen en lichaamsdelen in beeld. Een echo maakt gebruik van geluid dat weerkaatst wordt. Je ligt op een onderzoeksbank, meestal op je rug, soms op je zij. De laborant smeert gel op de plek die onderzocht gaat worden en wrijft er met de echokop overheen. Op een scherm verschijnen filmbeelden in zwart-wit.
Met een gehoortest meten we hoe goed je kunt horen. Het onderzoek bestaat uit een vooronderzoek en een test.
Met een ECG (elektrocardiogram) kijken we hoe de werking en het ritme van je hart is. Je ligt op een onderzoeksbank. De laborant bevestigt een aantal elektroden op je borst, bovenarmen of schouder en benen of heupen. Vanaf de elektroden lopen draden naar een monitor die de hartactiviteit registreert.
Met een EEG (elektro-encefalogram) moeten we de hersenactiviteit. De laborant tekent kruisjes op je hoofd en plakt daar elektroden op. Een netje houdt de elektroden op hun plaats. Vanaf de elektroden lopen draden naar een computer die de hersenactiviteit registreert. Je moet tijdens het onderzoek een paar opdrachten uitvoeren.
Met een longfoto brengen we de longen in beeld. Een longfoto maakt gebruik van röntgenstralen. Je zit of staat voor een röntgenapparaat. Je legt je borst tegen de plaat van het apparaat en doet je armen eromheen. Terwijl je heel stil zit of ligt, worden de foto’s gemaakt.
Met een longfunctieonderzoek kijken we hoe de longen werken, hoe groot ze zijn en hoeveel lucht je kunt uitblazen. Je krijgt een klemmetje op je neus en een mondstuk in je mond. Het mondstuk is aangesloten op een apparaat. De laborant legt telkens uit wat je moet doen.
Om de diagnose te kunnen stellen, is soms een lumbaalpunctie nodig. Hierbij tappen we wat hersenvocht (lumbaalvocht) uit de rug. Dit onderzoekt de arts in het laboratorium. Om te kijken wat het effect van de behandeling is, wordt er ook tijdens de behandeling af en toe een lumbaalpunctie gedaan. Een lumbaalpunctie is soms ook nodig om chemotherapie toe te dienen. Een lumbaalpunctie gebeurt onder sedatie, je voelt er dus niets van.
MIBG is een stof die door de meeste neuroblastomen makkelijk wordt opgenomen. Door MIBG te koppelen aan radioactief jodium, is het mogelijk neuroblastoomcellen zichtbaar te maken. Het onderzoek is verdeeld over twee dagen. Op de eerste dag krijg je via je lijn, VIT of een infuus een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof toegediend. Op de tweede dag is de scan. Je ligt op een beweegbare tafel en schuift langzaam door de ronde opening van het CT-apparaat. Telkens als de tafel een stukje doorschuift, wordt een serie foto’s gemaakt. Het is belangrijk dat je niet beweegt.
Met een MRI-scan (magnetic resonance imaging) brengen we organen en lichaamsdelen goed in beeld. Een MRI-scan maakt gebruik van magnetische velden. Daarom mag je geen kleding, sieraden en make-up met metaal dragen. Je ligt op een tafel die langzaam door de opening van de MRI-scan schuift. Je mag niet bewegen. Het apparaat maakt een hard tikkend geluid. Als je wilt, kun je van tevoren met de medisch pedagogisch zorgverlener oefenen in de oefen-MRI.
Met een nierfunctieonderzoek zien we hoe de nieren werken en hoe ze eruitzien. Tijdens het onderzoek krijg je via je lijn, VIT of infuus een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof toegediend. Je ligt op een smalle tafel en mag niet bewegen. De laborant maakt foto’s via een camera die om jou heen draait.
Met een oogonderzoek kijken we of je ogen goed zijn en of je goed kunt zien. De laborant kijkt met een lampje of je ogen recht staan en vraagt of je cijfers en letters kan benoemen. Soms krijg je oogdruppels die je pupillen groter maken. De laborant kan dan de buitenkant en de binnenkant van je ogen goed onderzoeken.
Met een PET-scan (positron emissie tomografie) brengen we afwijkingen in organen en weefsels in beeld. Een PET-scan combineren we altijd met een CT-scan. Je krijgt via je lijn, VIT of infuus een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof toegediend. Je ligt op een beweegbare tafel en schuift langzaam door de ronde opening van het PET-CT-apparaat. Telkens als de tafel een stukje doorschuift, wordt een serie foto’s gemaakt. Je mag niet bewegen.
Met een röntgenfoto brengen we organen en lichaamsdelen in beeld. Een röntgenfoto maakt gebruik van röntgenstralen. Je ligt of zit op een onderzoeksbank. De laborant helpt je in de goede houding en hangt het röntgenapparaat precies op de juiste plaats. Tijdens het maken van de foto’s mag je niet bewegen.
Meer informatie
Staat jouw onderzoek er niet bij of wil je meer informatie? Kijk verder op Onderzoeken, Informatiekaarten, of vraag je behandelend arts of verpleegkundige naar informatie.