Welkom op de website van het Prinses Máxima Centrum.

Ga direct naar de inhoud of het hoofdmenu.

Laaggradige gliomen

Een laaggradig glioom is een tumor in de hersenen of het ruggenmerg. Een laaggradig glioom heeft een lagere graad van kwaadaardigheid (graad 1 of 2) dan een hooggradig glioom (graad 3 of 4), groeit daardoor trager en heeft een beter vooruitzicht. Een glioom is een tumor die uitgaat van het steunweefsel (glia) van de hersenen. Een glioom ontstaat door een fout in de ontwikkeling in een van de voorlopercellen van de steuncellen. Sommige kinderen met een laaggradig glioom hebben neurofibromatosis, een aandoening van het erfelijke materiaal (DNA) van de cellen waarbij op den duur tumoren in het zenuwstelsel kunnen ontstaan. Er bestaan verschillende soorten gliomen. Elke soort is vernoemd naar de steuncellen waaruit hij is ontstaan. Bij kinderen komt vooral het laaggradige astrocytoom veel voor. Elk jaar wordt in Nederland bij ongeveer 40 kinderen een laaggradig glioom ontdekt. Deze tumor komt bij kinderen van alle leeftijden voor en kan zowel in de grote en kleine hersenen als in het ruggenmerg ontstaan. De genezingskans van kinderen met een laaggradig glioom is over het algemeen goed.

Klachten

De klachten zijn afhankelijk van de plaats van de tumor. Een laaggradig glioom in de kleine hersenen of in een van de hersenkamers geeft in het begin vooral vage klachten. Uw kind is een beetje misselijk of heeft hoofdpijn. Dat komt door de verhoogde hersendruk als gevolg van toegenomen weefsel en/of vocht in de hersenen. Neemt de druk verder toe dan kan uw kind meer gaan braken. Er zijn kinderen die door de verhoogde druk in het hoofd plotseling scheel gaan kijken of dubbel zien. Ook problemen met het evenwicht komen voor; uw kind struikelt over de eigen benen, kruipt of loopt anders. Zit de tumor in de buurt van de hersenstam dan kan het zijn dat uw kind minder gevoel heeft in armen of benen, moeite heeft met slikken of ademhalen, problemen heeft met schrijven of zichzelf niet meer op temperatuur kan houden. Dat komt omdat er belangrijke zenuwen in de knel zitten. Later kan ook de hersendruk toenemen. Een glioom in de grote hersenen kan epilepsie tot gevolg hebben. Soms is een stuip (insult) het eerste symptoom. Ook hormonale stoornissen zoals groeivertraging, overgewicht of een te vroeg intredende puberteit komen voor.

Behandeling

De behandeling van een laaggradig glioom kan bestaan uit chirurgie, chemotherapie of radiotherapie. Soms wordt in eerste instantie gekozen voor een afwachtend beleid. Dit is vooral het geval bij een tumor van de oogzenuw(en). Uw kind wordt goed in de gaten gehouden, krijgt regelmatig een MRI en ook de ogen worden nauwkeurig onderzocht. De keuze van therapie hangt af van de plaats van de tumor en de leeftijd van het kind. Het begint vaak met een operatie. Kan het glioom in zijn geheel worden verwijderd dan krijgt uw kind geen nabehandeling maar volgt een lange periode van  controles waarbij er steeds opnieuw goed naar uw kind wordt gekeken. Kan het glioom niet of slechts gedeeltelijk worden weggehaald en verwacht de arts dat de tumor weer gaat groeien dan volgt soms radiotherapie (bestraling) en/of chemotherapie. Kinderen ouder dan acht jaar krijgen meestal radiotherapie, is uw kind jonger dan is chemotherapie de eerste keus. Ook een combinatie van beide behandelingen behoort tot de mogelijkheden. Kinderen met neurofibromatose krijgen vrijwel altijd chemotherapie.

Informatie bij VOKK

Klik hier voor de VOKK brochure.

Deel deze pagina op social media