Welkom op de website van het Prinses Máxima Centrum.

Ga direct naar de inhoud of het hoofdmenu.

Kiemceltumoren

Een zeldzame vorm van kinderkanker vormen de kiemceltumoren. In Nederland wordt elk jaar bij ongeveer 12-15 kinderen een kiemceltumor ontdekt. Meestal zit de tumor onderaan de wervelkolom (vooral bij zuigelingen), of in de geslachtsorganen (eierstok of zaadbal), soms in de hersenen en minder frequent op een andere plek. Een kiemceltumor ontstaat door een fout in de ontwikkeling van een van de geslachtscellen.

Kiemcellen zijn voorlopers van eicellen (bij meisjes) of zaadcellen (bij jongens). Jonge kiemcellen gaan een lange weg voordat ze hun plaats in de eierstok of zaadbal hebben gevonden. Omdat ze onderweg kunnen blijven steken, kan een kiemceltumor ook buiten de geslachtsorganen (gonaden) ontstaan. Zo'n tumor wordt een extragonadale kiemceltumor genoemd.

Klachten

De klachten zijn afhankelijk van de plaats waar de tumor zich bevindt. Een tumor onderaan de wervelkolom kan een zwelling geven. Groeit de tumor naar binnen dan kunnen er problemen ontstaan met de ontlasting of het plassen of kan uw kind last hebben van uitvalsverschijnselen. Een kiemceltumor in de zaadbal geeft weinig klachten. Uw zoon zal een gezwollen balzak hebben die weinig of geen pijn doet. Een tumor in of nabij de eierstok geeft op den duur een opgezette buik. Draait de eierstok door de tumor dan is dat erg pijnlijk. Is de tumor groot dan kunnen blaas en/of darmen in de knel komen en moet uw kind misschien vaker plassen of zijn er problemen met de ontlasting. Ook kan er, door de aanmaak van hormonen, een vroegtijdige puberteit ontstaan. Zit de tumor in de borstkas dan kan uw kind hoesten en problemen hebben met ademhalen. Een kiemceltumor in de hersenen geeft heel andere klachten. Afhankelijk van de plaats van de tumor kan uw kind hoofdpijn hebben, misselijk zijn of moeite hebben met kijken of lopen. Ook hormonale stoornissen komen voor zoals overgewicht, groeivertraging of een te vroege puberteit.

Behandeling

De behandeling is voor de meeste kinderen ingrijpend en hangt af van het type, de grootte, de plaats en de uitgebreidheid van de tumor. Vaak is een operatie afdoende, gevolgd door een lange periode van controles. Soms is (aanvullend) chemotherapie en/of radiotherapie nodig. Een klein deel van de kinderen krijgt een stamceltransplantatie.

Informatie bij VOKK

Klik hier voor de VOKK brochure.

Deel deze pagina op social media