Welkom op de website van het Prinses Máxima Centrum.

Ga direct naar de inhoud of het hoofdmenu.

Beenmergfalen en myelodysplastisch syndroom

In Nederland wordt elk jaar bij ongeveer 35-40 kinderen een ernstige vorm van beenmergfalen ontdekt. Bij beenmergfalen maakt het beenmerg geen of onvoldoende nieuwe bloedcellen aan. Het kan zijn dat één van de cellijnen niet wordt aangemaakt, maar ook dat alle drie de cellijnen (de rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes) zijn uitgevallen. Dit kan tijdelijk maar ook blijvend zijn. Soms is beenmergfalen al bij de geboorte aanwezig (aangeboren), soms ontstaat het later (verworven). Beenmergfalen kan erfelijk zijn, maar is dat in veel gevallen niet.

Klachten

De klachten bij beenmergfalen hangen af van de cellijn die uitvalt. Een tekort aan rode bloedcellen heeft bloedarmoede tot gevolg. Uw kind ziet bleek en voelt zich moe en lamlendig. Ook duizeligheid en kortademigheid komen voor. Bij een tekort aan witte bloedcellen is de afweer verminderd en kan uw kind last hebben van steeds terugkerende of ongewoon ernstig verlopende infecties en koorts. Bloedneuzen, snel optredende blauwe plekken, kleine puntvormige paarsrode plekjes (puntbloedingen) en lang nabloedende wondjes komen door een tekort aan bloedplaatjes. Verder kan uw kind last hebben van koorts, opgezette lymfeklieren, bot- of buikpijn en is de milt soms vergroot. Bij uitval van alle cellijnen is er een combinatie van klachten.

Behandeling

De behandeling is afhankelijk van de oorzaak en de ernst van de ziekte en bestaat uit medicijnen, bloedceltransfusies en/of allogene stamceltransplantatie. Bij een allogene stamceltransplantatie krijgt het kind de stamcellen van een gezonde, geschikte donor.

Informatie bij VOKK

Klik hier voor de VOKK brochure.

 

 

 

Deel deze pagina op social media