Welkom op de website van het Prinses Máxima Centrum.

Ga direct naar de inhoud of het hoofdmenu.

Informatie

U en uw kind hebben recht op informatie in begrijpelijke taal. Alleen als u goed geïnformeerd bent, kunt u meedenken en meebeslissen over de behandeling. De zorgverlener moet u en uw kind altijd mondeling informeren. Dit kan aangevuld worden met schriftelijke informatie.

U hebt recht op informatie over:

  • de ziekte van uw kind
  • aard en doel van de behandeling of het onderzoek en van de uit te voeren verrichtingen
  • gevolgen en risico’s daarvan
  • andere methoden van behandeling of onderzoek die in aanmerking komen
  • gevolgen van niet behandelen of niet onderzoeken
  • de nazorg

Zo weet u wat er gaat gebeuren. En kunt u samen met de zorgverlener een goed besluit nemen. Begrijpt u iets niet? Of bent u iets vergeten? Vraag dan vooral om uitleg.

Weigeren

Als u en/of uw kind bepaalde informatie niet wilt, dan mag u informatie weigeren. In de WGBO staat dat patiënten het recht hebben om geen informatie te willen. Stel dat u bijvoorbeeld niet wilt weten of uw kind een verhoogd risico heeft op een erfelijke aandoening. Dan hebt u en/of uw kind het recht om die informatie te weigeren. Alleen als de zorgverlener denkt dat het voor u of voor anderen ernstig nadeel oplevert, kan hij de informatie toch geven.

Beslissingen nemen

In de WGBO worden kinderen in leeftijdsgroepen ingedeeld:

  • tot 12 jaar: ouders of voogd beslissen. Aan jonge kinderen moet wel op een begrijpelijke manier worden verteld wat er met hen gaat gebeuren.
  • 12 tot 16 jaar: zowel ouders/voogd als kind moeten toestemming geven. De mening van het kind is in principe doorslaggevend.
  • vanaf 16 jaar: kinderen zijn beslissingsbevoegd. De ouders/voogd krijgen ook geen informatie over hun kind, als deze daar geen toestemming voor geeft.

Soms kan een kind niet over zijn behandeling beslissen. We spreken dan over 'wilsonbekwaam'. In deze situaties worden kinderen ook na hun twaalfde vertegenwoordigd door hun ouders of voogd.

Toestemming geven

De zorgverlener heeft de toestemming van u en uw kind nodig om te starten met een behandeling. Deze toestemming wordt meestal niet expliciet gevraagd. Als u naar ons ziekenhuis komt voor een onderzoek, ingreep of opname, gaan wij ervan uit dat u het eens bent met wat er gaat gebeuren. Voor bepaalde onderdelen vraagt de zorgverlener wél apart toestemming. Bijvoorbeeld voor:

  • een operatie
  • intensieve behandelingen zoals chemotherapie en bestraling (radiotherapie)
  • een bloedtransfusie

Als u en/of uw kind toestemming geeft, dan verwacht de zorgverlener dat u en uw kind meewerken aan de behandeling. Bijvoorbeeld door adviezen op te volgen.

Stoppen met behandeling

U en/of uw kind kunt een behandeling, zorg of medicijnen weigeren. Dat mag ook nog als u eerst wel toestemming hebt gegeven. Bespreek uw twijfel altijd met uw zorgverlener. De zorgverlener moet u vertellen wat de gevolgen zijn van uw besluit. Het kan zijn dat u geen behandeling (meer) wilt, terwijl dit gevaarlijk voor uw kind is. Dan moet de zorgverlener dat heel duidelijk zeggen. Bespreek het op tijd als u of uw kind wil stoppen met een behandeling. Anders kan de zorgverlener u hiervoor laten betalen. De zorgverlener zal uw beslissing respecteren.

Zijn er behandelingen die u of uw kind echt niet wilt? Dan is het goed om dit op te schrijven in een wilsverklaring (of wilsbeschikking). Een voorbeeld daarvan is een ‘niet-reanimatieverklaring’ of een ‘behandelverbod’.

Meer informatie over een wilsverklaring.

Deel deze pagina op social media